Deze website maakt gebruik van cookies

Verschil tussen kikkers en padden

Informatie over padden

In Europa leeft de amfibie de pad volop. Zij zijn van de gehele amfibieën de grootste met een gebied waar ze zo veel leven. En de pad is samen met de boomkikken en bruine kikker de bekendste amfibieën in bijna overal in Europa. Hij komt behalve IJsland en Ierland in de geheel Europa voor. En dit is ook in de landen Nederland en België. Omdat de pad in vergelijking met de andere amfibieën heel algemeen is, zijn de gebieden waar ze leven niet beschermd door de wetgeving. Dit kan bijvoorbeeld zijn als het wel beschermd was dat er op een bepaalde plek niet gebouwd mag worden maar dit is helaas niet zo. De pad is een dier die heel vaak blijft in de gebieden die voor hem bekend zijn. Hij leeft in gebieden die droog zijn. Alleen als hij gaat voorplanten moet hij water zoeken. Hij kan dan best grote afstanden afleggen om dit uiteindelijk te kunnen vinden. En pad heeft geen opvallende kleur wat het moeilijk maakt om het soms te zien overdag. Hij heeft een droge huid dat een beetje voelt als wratten. De pad eet vooral ongewervelde kleine diertjes die hij makkelijk kan vangen en opeten. Je kan hiermee denken aan insecten, wormen en spinnen. Hij heeft ook veel vijanden zoals slangen, vogels en zoogdieren.

Levenscyclus van een kikker

Een kikker is een soort amfibie die beginnen als eitjes in water. Na ruim een week komen die eitjes uiteindelijk uit tot kleine kikkervisjes. Gedurende twee weken later is hij groter en beginnen er achterpoten te groeien. Daarna krijgt het kikkertje longen waarmee het mogelijk voor hem is om op het land ademen waardoor hij zijn kieuwen kwijtraakt voor onder water leven. Na dat beginnen zijn voorpoten te groeien en begint hij steeds meer te lijken op een kikkertje maar hij hij heeft wel nog een staartje. Die word steeds kleiner. Hij gaat dan het land op en gaat dan insecten eten. Een aantal jaren later is hij een volgroeide volwassen kikker. De levenscyclus op een rijtje: eerst een eitje ook wel kikkerdril genoemd. Daarna word hij een kikkervisje en tijd daarna beginnen zijn achterpoten en voorpoten te groeien. Als dat is gegroeid word zijn staart steeds kleiner totdat hij na ene aantal jaar een volwassen kikker is.

Soorten kikkers en padden

In totaal komen er in Nederland 11 soorten padden en kikkers voor. Een aantal soorten leven in het hele land. En de andere soort leeft alleen in een gebied dat voor hun bekend is zoals een sloot of moeras. Ook zijn er een aantal gebieden waar padden en kikker soorten samen bij elkaar leven in bijvoorbeeld de droge vlaktes, wateren en bossen. Een bekend gebied voor padden en kikkers is het bos in Amsterdam voor die soorten.

Kenmerken tussen padden en kikkers

Als kenmerken hebben kikkers dat zijn een nattige gladde huid hebben die niet in enorm felle kleuren zijn maar die bevatten wel kleuren. Het lichaam van een kikker is slank gebouwd wat ze heel flexibel en snel maakt. Ook hebben ze grote achterpoten vliezen hebben waarmee ze kunnen zwemmen. Kikkers leggen hun eitjes heel dichtbij elkaar op een kluitje. Kenmerken die padden hebben zijn dat ze een huid hebben die heel droog is en ook heel wrattig is. Hun lichaam is best grof en dik. Hierdoor hebben ze kleine achterpootjes waarmee ze niet kunnen springen dus dan lopen ze altijd. De eitjes van padden worden in het water juist gelegd zodat ze lange rijen vormen in het water. Soorten amfibieën die in eigendom zijn van een orgaan Bidder waarmee padden worden geschreden van kikkers. In Nederland komt dat alleen voort bij de rugstreeppad en gewone pad. De knoflookpad, voedmeesterpad en de vuurbuikpad hebben in hun naam het woord pad maar hij is eigenlijk een kikker. Hij word ook wel een padachtige kikker benoemd.