Kikkervisjes

KikkervisjesDe levenscyclus van de kikker is het proces van ei tot volwassenen. De stadia die in het midden staat word het embryonale, het larvale en het subadulte stadium genoemd. Kikkers zetten de eieren ook wel bekend als kikkerdril af in het water, kikkerdril bestaat uit een verzameling eieren die een gelatineachtige en glibberige doorzichtige omhulsel hebben. Uit de eieren komen na een paar dagen of weken de kikkervisjes tevoorschijn. De kikkervisjes worden ook wel dikkopje, donderkopje of kwakkebol genoemd. Ook de larven van padden worden kikkervisjes genoemd, veel mensen denken dat padden en kikkers bij dezelfde groep horen maar dat is wetenschappelijk gezien wel het geval. Mensen hebben die gedachten al laten varen. Vergeleken tot andere amfibieën zoals salamanders zijn kikkers een van de weinige die eierlevendbarend maken, wel kunnen ze zich op het land ontwikkelen. Het verschil met larven van salamanders is dat salamanderlarven geen volledige metamorfose hebben. Zo hebben ze uit het ei al vier pootjes en de staart wordt alleen maar groter terwijl deze bij kikkervisjes na een tijdje verdwijnt. Ook zijn salamanderlarven zeer kannibalistisch en echte roofdieren, in vergelijking tot de larven van kikkers.

Ei van een kikker

Een kikker begint zijn leven in een ei, de eiermassa wordt meestal in het water afgezet. In het ei vindt de ontwikkeling plaats van embryo tot larve. Zodra het embryonale stadium is voltooid verlaat de larve het ei. De larve eet zich door het ei heen om eruit te komen. Het ei van een kikker heeft meerdere functies zoals:

  • een goede en constante vochtigheid;
  • bescherming tegen uitdroging;
  • het vasthouden van warmte;
  • bescherming tegen predatie;
  • bescherming tegen schimmels en bacteriën;
  • het afnemen van het zonlicht naar de vrucht door de lensvorming.

De vorm en grootte van het ei zijn afhankelijk van de soort en de specifieke aanpassingen. Sommige kikkersoorten hebben geen vrij zwemmend larvestadium, de larven veranderen in het ei. Sommige eieren zijn best wel groot dit komt door de grote dooier; de larve kan zelf geen voedsel verzamelen. Ook zijn de eieren van zichzelf op het land ontwikkelende soorten meestal minder of niet kleurig en zijn lichter tot wit van kleur. De eieren van sommige soorten worden altijd afgeschermd van de zon, omdat ze anders zouden uitdrogen.